Nieuws uit de parochie
Christelijk zelfbewustzijnzo 09 februari '20
Zondag 9 februari 2020, 5de zondag door het jaar (jaar A)
Toen ik nog een kind was, stond in één van onze handboekjes op school, ik veronderstel dat van godsdienst, dat België het katholiekste land van de wereld was. En wij, jongens van de gemeenteschool van juffrouw Bas, hoe raar dat nu ook moge klinken, waren daar heel fier op.
Wij hadden tenslotte ook niet zoveel om mee uit te pakken, want wij hadden al vlug door dat ons land voor de rest niet zoveel voorstelde.
Uit het aardrijkskundeboekje wisten we bijvoorbeeld dat Belgisch Congo 80 keer groter was dan België. En in het voetbal verloren we soms met 12-0 van Nederland. Maar wij waren dan toch tenminste het katholiekste land van de wereld. En dat kon niemand ons afnemen.
De feiten waren door dat handboekje wel een beetje bij het haar getrokken want ook in die tijd waren landen als Polen, Ierland en Spanje nog veel katholieker dan België. Maar dat wisten wij niet. En we waren fier op wat we meenden te weten. Wij hadden dan tenminste toch iets waar we in uitblonken.
Kunt u zich dat nu nog voorstellen? Dat jongens van 10-11 jaar of zelfs oudere mensen fier zijn op het feit dat wij katholieker zijn dan anderen? Ondenkbaar gewoon.
Uiterst rechts?
Zijn wij trouwens nog ergens fier op? Fier op onze nieuwe vriendin, ja. Of fier op onze wagen, op ons huis of op het goede schoolrapport van onze kinderen. Jazeker.
Maar ik bedoel: zijn we nog fier op wat we samen bereikt hebben?
Zijn we nog fier op waar we samen als gezin, als groep of als volk voor gestreden hebben, het onheil waar we ons collectief tegen verzet hebben en dat we hebben afgewend?
Durven wij nog fier zijn op onze geschiedenis, onze identiteit, ons geloof? Ik gebruik met opzet het woordje “durf”, want het lijkt in onze tijd serieus onbehoorlijk om te zeggen dat je fier bent Europeaan, Belg, Vlaming of katholiek te zijn. Is dat immers niet een beetje racistisch, ruikt dat niet een beetje naar uiterst rechts?
Wat is dat toch voor flauwekul!
Enkele weken geleden nog verklaarde de vroegere Amerikaanse ambassadeur in Brussel dat de Europeanen veel te weinig zelfbewust zijn, dat ze veel belangrijker zijn dan ze zelf durven denken.
Genoeg geweest
Wij moeten eindelijk eens af van dat eindeloos mea culpa geklop.
Het is zeker waar dat wij alert moeten zijn en bewust van de fouten uit het verleden om te voorkomen dat de wandaden van nazisme en communisme zich ooit nog kunnen herhalen. Maar er is niks mis met een gezond nationaal gevoel.
Is het bijvoorbeeld niet zielig dat 75 jaar na de oorlog Duitsers van nu, die toen nog niet eens geboren waren, nog altijd geacht worden zich te verontschuldigen voor wandaden die ze niet zelf bedreven hebben?
Terwijl katholieken na 1000 jaar nog om de haverklap de kruistochten op hun bord uitgeschept krijgen. Wij moeten wat er verkeerd was in het verleden niet onder de mat vegen (hoewel de kruistochten echt nog wel anders te duiden zijn dan als pure westerse en christelijke agressie!)
Maar we mogen onszelf niet ongelukkig maken door de fouten uit ons verleden zodanig uit te vergroten dat wij niet meer fier durven zijn op het geheel.
Bredere plaatje
En dat geldt in het bijzonder ook voor ons geloof.
Ook als je perfect op de hoogte bent van al de hansworsterijen van de Borgia’s en hun gemijterde lookalikes, dan nog kan je nog vol bewondering staan voor wat de Kerk betekend heeft voor de westerse cultuur en de menselijke beschaving in het algemeen.
En ook al kon die Kerk zich soms heel autoritair en onderdrukkend opstellen voor groepen en individuen, dan nog zie je toch ook wel de immense betekenis ten goede die ze gehad heeft doorheen de hele geschiedenis, niet alleen voor moraal en cultuur maar ook voor ontelbare mensen op de sukkel: zieken, armen, mensen waar niemand anders ooit naar omzag.
Persoonlijk hou ik trouwens vooral van de Kerk en van het geloof omdat ik er van overtuigd ben dat wat ze verkondigen gewoon waar is. En dus niet op de eerste plaats omdat het waardevol en goed is voor mens en maatschappij, hoezeer ik daar ook van overtuigd ben.
Geloofsoverdracht
Ik denk dat het de hoogste tijd wordt dat wij gelovigen terug meer zelfbewust worden en fier op ons geloof. In die mate dat we het ook terug enthousiast kunnen doorgeven aan de volgende generaties.
Want waar zijn we tegenwoordig mee bezig?
Bijna al onze inspanningen op het gebied van geloofsoverdracht zijn er op gericht om de kerkelijke vieringen “aangenamer”, “kind-vriendelijker” en “eigentijdser” te maken. Op zich is daar niks op tegen maar eigenlijk gaan wij er dan vanuit dat het geloof, zonder die opsmuk, niet aanspreekt. En dat is niet zo. Er is niets natuurlijker dan religieus geloof, het besef dat wij deel uitmaken van een groter geheel. Iedere mens krijgt dat mee met zijn geboorte.
Het is dát besef dat wij bij onze kinderen terug moeten aanspreken en ontwikkelen.
Het is maar zeer de vraag of wij dat op de juiste manier aanpakken als wij in het gezin, de school en de catechese al beginnen met ervan uit te gaan dat het religieuze-op-zich niet aanspreekt en dus moet “ver-leukt” worden.
Ik vrees dat juist dat “leuke” te vluchtig is om kinderen echt aan te spreken.
Agnus Deima 27 januari '20
Zondag 26 januari 2020, 3de zondag door het jaar (jaar A)
Als je een homilie uitschrijft dan moet je, net zoals bij een opstel, je houden aan een strak schema. Als je zomaar begint te schrijven, dan brengt de ene gedachte de andere mee. En dan weet je wel waar je begint maar niet waar je eindigt.
In ieder geval niet waar je wilde eindigen. Opeens zijn de twee pagina’s vol en ook je 7 minuten “preektijd” zijn dus om.
Vorige week overkwam me dat. Ik begon over de zondebok, een gegeven uit het Oude Testament dat in het Nieuwe (Testament) duidelijk toegepast werd op Jezus. Maar ik verloor me zodanig in het uitweiden dat aan het eind van mijn betoog bleek dat ik op geen enkele manier de link had gelegd tussen Jezus en de zondebok. Omdat dit echter een belangrijk gegeven is in ons geloof, kom ik er vandaag op terug.
Paradox
Want je vindt die gedachte inderdaad overal, bij alle verschillende christelijke gezindten terug. Zowel bij de katholieken als bij orthodoxen en protestanten en bij al de honderden verschillende “schakeringen” ervan vind je de gedachte dat Jezus door zijn kruisdood “de zonden van de wereld op zich genomen heeft”.
Dat Hij “voor onze zonden gestorven is”. Dat Hij de wereld “door zijn kruisdood heeft verlost”. Het zijn onthutsende uitspraken.
De laatste tijd is er overigens nogal wat bezwaar gerezen tegen dit soort formuleringen omdat ze God tekenen als een soort tiran, die genoegdoening eist en offers wil om begane fouten uit te boeten. Tot zelfs de afschuwelijke kruisdood van zijn Zoon. Een gedachte die toch totaal niet overeenkomt met het beeld van de liefdevolle Vader dat Jezus zelf ons heeft geleerd.
Schuldbesef
Maar anderzijds is het toch ook duidelijk dat mensen echt wel weet hebben van de dingen die ze verkeerd doen, van hun fouten, van de misdaden die ze begaan.
Toen de soldaten en de politieke kopstukken Jezus aan het kruis hadden geslagen, riep Hij: “Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen”.
Maar wij weten het wel. En maar al te goed zelfs.
Wij doen voortdurend dingen waar we heel goed van weten dat dit eigenlijk niet kan. Gedachten en handelingen waarvan we als gelovigen heel goed weten dat ze tegen God, d.w.z. tegen de liefde ingaan.
Wij zijn wel bijzonder knap in het vinden van argumenten om onze houding te verantwoorden.
Meestal volstaat zelfs de eenvoudige bedenking dat wij toch ook goed voor onszelf moeten zorgen.
Plaatsvervangend
Niet iedereen leeft even bewust, dat is waar.
Maar zelfs mensen die heel goed beseffen dat ons diepste verlangen, het verlangen naar liefde is, laten toch toe dat dat verlangen heel vaak weggedrukt wordt door egoïstische reflexen.
Als God inderdaad een liefdevolle Vader is, dan kan het niet anders of wij moeten in zijn ogen nukkige kinderen zijn. Dan kan het niet anders of zijn eindeloze liefde wordt even eindeloos teleurgesteld als Hij naar ons kijkt.
Wij zijn tot prachtige dingen in staat, wij kunnen soms tot op grote hoogte onszelf wegcijferen om er te zijn voor anderen. Wij kunnen op uitzonderlijke momenten heel ver gaan in het ingaan op Gods wil. Maar de gevraagde, totale overgave, het volmaakte geloof, dat heeft Jezus in onze plaats en in onze naam moeten tonen. En in die zin is Hij inderdaad voor ons gestorven.
Ultieme overgave
De absolute verschrikking in de Olijfhof was niet het zicht op de kruisdood.
Er was iets nog veel ergers: de totale verlatenheid. Vragen om de kelk weg te nemen. Maar er komt alleen maar stilte. Er is niemand om je te redden, niemand die om je geeft. De diepste put waarin iemand kan worden neergelaten . . . Verlaten door God en door de mensen.
En zelfs dan nog durven vertrouwen en geloven: niet mijn wil, maar Uw wil.
Zelfs dan nog weigeren je woorden, je daden, je hele leven te verloochenen.
Die ultieme overgave, dat bijna bovenmenselijk vertrouwen, dat moest iemand in onze plaats, in onze naam doen. Jezus heeft dat gedaan. Uit liefde voor ons.
Ervoor gezorgd dat wij in het reine gekomen zijn met God.
Je mag daar gerust een andere formulering voor gebruiken.
Ons geloof zegt alleen dat we dankzij Jezus (zijn leven en zijn dood) in het reine gekomen zijn met God. Hoe het werkt is een theorie, en dus van ondergeschikt belang.
Wat mij persoonlijk het meest aanspreekt is dat Hij, van God en mens verlaten, niet vluchtte, maar doorging, geen enkel woord terugnam en bleef vertrouwen op God, ONDANKS ALLES.
Diep tragisch
Zonder twijfel het meest pijnlijke dat ik soms meemaak, is wanneer iemand op het eind van een mooi leven tegen mij zegt: “Ik heb spijt dat ik zo geleefd heb, altijd maar zorgend voor anderen. Als ik het nog kon herdoen, ik zou veel meer profiteren, veel meer erop los leven.”
Het diep-tragische ervan is dat het vaak gaat om mensen die echt goed geleefd hebben, maar die nu aan het eind ten prooi vallen aan diepe twijfels omdat de tijdsgeest helemaal tegenzit en “zorgen voor jezelf” nog het enige gebod lijkt te zijn.
Wij moeten krachtig tegen die nare gevoelens ingaan. En zo’n lieve, goede mensen helpen opdat ze tevreden en vol vertrouwen de eeuwigheid ingaan.
Zij hebben een leven geleid dat waard is om met eeuwigheid te worden bekleed. Ze hebben er recht op om met diepe tevredenheid op hun leven terug te kijken. En dat mag hun niet worden afgenomen.
Jezus en Darwinma 20 januari '20
Zondag 19 januari 2020, 2de zondag door het jaar (jaar A)
Een zondebok is iemand die, soms terecht, maar meestal onterecht, de schuld krijgt van zowat alles wat er fout loopt.
In de politiek maar ook in ons dagelijks samenleven wordt daar nogal eens handig gebruik van gemaakt.
Zowel het begrip zondebok als de uitdrukking “beladen met alle zonden van Israël”, hebben een Bijbelse oorsprong.
Eéns per jaar, op Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, koos de hogepriester in Jeruzalem een geitenbok uit en die werd dan symbolisch beladen met al de zonden van het volk en daarna de woestijn ingejaagd om daar te sterven.
Als een offer voor al de fouten van de mensen. Een onschuldig offer uiteraard, want de bok werd geofferd voor wat de mensen hadden misdaan.
Het is duidelijk dat men in die tijd weinig gevoel opbracht voor dieren en naast het nut dat ze hadden voor onze voeding, hen vooral ook zag als een middel om de gunst van de goden af te kopen door hen te offeren.
Zelfs de Joden, die een toch al meer geëvolueerde godsdienst beleden, kenden nog dierenoffers. Denk maar aan de besnijdenis van Jezus, toen Maria en Jozef ook twee tortels moesten offeren.
Schuldbewustzijn
Vaak ging het offer bij de Joden om een teken van dankbaarheid, maar meestal was het een uiting van spijt voor wat ze verkeerd hadden gedaan.
Het was natuurlijk wel bijzonder handig dat ze een dier lieten boeten voor hun eigen zonden, maar belangrijk voor ons nu is wel dat de Joden (onze “geestelijke voorouders”) een sterk zondebesef hadden, een sterk bewustzijn dat ze tekortschoten tegenover God, dat ze niet altijd leefden zoals het zou moeten. En dat is positief.
Je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat dit gevoel van schuldig zijn ook niet extreem wordt, want dan krijg je een vals schuldbewustzijn en durf je nog nauwelijks te leven. Tijdens de preutse Victoriaanse tijd bijvoorbeeld was dat zeker het geval en Freud was daar het gelukkige antwoord op.
Maar een gezond schuldbewustzijn is een zegen, zowel voor de samenleving als voor het individu. Waar dat gezond schuldbewustzijn stilaan verdampt, krijg je meer egoïstisch ingestelde individuen en bijgevolg ook een maatschappij die steeds ruwer en onveiliger wordt.
Voor christenen is het besef van tekortschieten uiteraard nog meer vanzelfsprekend omdat het absolute ijkpunt waar ze zich op richten een God is die als Pure Liefde gezien wordt. En t.a.v. die God kan je alleen maar minnetjes uitvallen.
Levensdrift
Vandaar ook de enorme nood aan vergeving en bevrijding.
Want er is niet alleen het gevoel van tekortschieten, van zonden en fouten.
Je wil er als christen ook vanaf. Je wil doen wat God van je vraagt, je wil dichter bij Hem komen. Je wil een goed en liefdevol leven uitbouwen, maar het is zo aartsmoeilijk. Je vervalt voortdurend in het verkeerde.
In ons zijn immers allerlei mechanismen aan het werk die ingaan tegen ons verlangen om een goed en liefdevol mens te zijn. En die mechanismen zijn ingebakken in onze natuur. Het zijn zelfs stuwende krachten, die een belangrijke rol gespeeld hebben in onze biologische evolutie en die ons triomfantelijk gebracht hebben tot wie we nu zijn.
Krachten die vaak veel sterker zijn dan onze wil.
En toch, hoe ouder je wordt, hoe meer je over al die dingen nadenkt en er ook rond mediteert en bidt, hoe meer je ervan overtuigd geraakt dat het inderdaad om puur biologische krachten gaat die alles te maken hebben met blinde instandhoudingsdrang. Met overleven, met overwinnen en met het uitschakelen van al wat je daarbij in de weg loopt.
Liefde
Maar je komt er ook achter dat het diepste verlangen in de mens iets heel anders is.
Dat het diepste verlangen in ons een verlangen is naar liefde.
Precies het tegenovergestelde dus van wat onze primaire biologische driften willen.
Maar wel helemaal overeenkomend met wat Jezus van ons vraagt en met de richting die Hij ons wijst. Je moet echt geen groot geleerde zijn om te beseffen dat wat Jezus van ons vraagt en waarbij Hij ons wil helpen, de enige echte weg is naar de volledige ontplooiing van ons menszijn.
Niet het volgen van onze dierlijke impulsen, het streven naar altijd maar meer macht en aanzien maken een mensenleven geslaagd, maar juist het onder controle brengen van die driften.
Want dát is groeien als mens. Dat is een geslaagd menselijk leven uitbouwen. Met Gods hulp de ‘struggle for life’ langzaam, maar zeker ombouwen tot een ‘struggle for love’. Van een bangelijk, ruziemakend, altijd op concurrentie en vijandigheid beducht wezentje uitgroeien tot een sterke man, een sterke vrouw die zichzelf durft riskeren in het zich geven aan anderen.
Zolang je nog in de eerste, driftmatige, verdedigende fase zit, lijken de eisen van Jezus pure beknotting van het leven. Pas als je doorzet, besef je de waarheid van zijn woorden: “Ik ben gekomen opdat mensen leven zouden hebben, en wel in overvloed”.
De Heerdi 14 januari '20
Zondag 12 januari 2020, Doop van de Heer (jaar A)
Met het doopsel van Jezus vieren wij het derde openbaringsfeest en daarmee sluiten we de kersttijd meteen ook af. Eerst was er Kerstmis zelf, toen wij herdachten dat God zich aan ons liet kennen in een kind waar geen plaats voor was in de herberg.
Driekoningen was dan weer de herdenking van het feit dat Hij moet verkondigd worden aan elke mens en aan elk volk op deze wereld.
En de doop in de Jordaan onderstreept dan weer dat Jezus niet zomaar een groot figuur of een geweldige profeet was, maar dat in deze mens God zelf onder ons kwam wonen.
Dat wij uit onszelf God die “woont in het ontoegankelijk licht”, wel kunnen vermoeden, maar nooit kunnen kennen.
En dat die God zich daarom aan ons heeft laten kennen in een mens. De enige manier om ons de kans te geven ons enigszins een voorstelling van Hem te kunnen maken.
Uniek
Dat Jezus Gods Zoon is, dat in Hem God zich aan ons heeft getoond op de enige manier die voor ons begrijpelijk is, wil ook zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen, tenzij door Jezus. Dat vraagt een woordje uitleg, omdat het heel erg exclusief en pretentieus klinkt en ook bijzonder onvriendelijk voor mensen met een ander geloof.
Maar dat lijkt alleen maar zo. Want dat je alleen via Jezus tot God kan komen, wil op geen enkele manier betekenen dat je alleen als christen tot God kan komen. Het wil alleen zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen via woorden en handelingen die tegen de liefde ingaan, ook al lijken ze godsdienstig.
Concreet wil dat zeggen dat je bijvoorbeeld nooit God kan dienen door zijn zogenaamde vijanden uit de weg te ruimen. Want dat gaat regelrecht in tegen het wezen van God, zoals Jezus Hem leren kennen heeft.
Radicaal
Jezus leerde ons dat God liefde is. Dat God pure Liefde is. Niet liefde, + ook nog een beetje iets anders. Neen. Alleen liefde. Dat is wat Jezus ons leerde.
En als wij dat werkelijk geloven, dan beseffen wij ook dat alleen woorden en daden die ingegeven en doordrongen zijn van liefde, iets te maken hebben met God.
Het is een bijzonder radicaal principe, dat echter even onverbiddelijk is voor christenen als voor andersdenkenden. En het is meteen het enige principe waaraan christenen—je zou bijna zeggen fanatiek—moeten vasthouden.
Politieke ideologieën zullen altijd toestaan dat nu, in onze tijd, offers moeten gebracht en principes moeten ingeslikt worden, met het oog op een paradijselijke toekomst later.
Voor een christen kan dat niet. God is liefde. En dus kan je God nooit dienen door ook maar één mens de duivel aan te doen. Ook niet gedurende korte tijd.
Acties
Laten wij ons daarom focussen op het belang van die figuur van Jezus voor ons geloof. Op het feit dat Hij helemaal centraal staat in het christendom.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is toch wel anders.
De laatste jaren heeft naar mijn gevoel, binnen de Katholieke Kerk, het geloof in God en de persoonlijke band met Jezus heel sterk aan belang ingeboet ten voordele van sociale inzet, het bezig zijn met het verbeteren van de wereld.
Is dat wel een goede evolutie? Zagen wij daarmee de tak niet af waarop wij zitten? Gaan de sappen die voor nieuwe blaadjes moeten zorgen, ook in de toekomst blijven stromen?
Je kan dan wel zeggen: in een geseculariseerde maatschappij zijn er toch ook mooie acties voor het Goede Doel. Dat is zo. Maar durf je dan wel zien dat achter de façade van die grote acties, onze maatschappij zelf steeds ruwer, onverschilliger en gewelddadiger wordt? Het vanzelfsprekend elkaar helpen in het gewone leven is geruisloos aan het verdwijnen.
Het er vanzelfsprekend voor elkaar zijn van kinderen voor hun ouder wordende ouders, van individuen voor de gemeenschap, van rijke mensen voor armen, het is allemaal aan het verdampen.
Natuurlijk was dat vroeger ook niet altijd ideaal. Maar ik hou mijn hart vast om wat er gaat gebeuren als in onze maatschappij de christelijke humus helemaal verdwenen is.
Kern
Wij kunnen ons christendom zo maar niet in de kast zetten en denken dat wij die onvergelijkbare stuwkracht, dat kolossale elan dat van geloof uitgaat, kunnen vervangen door af en toe een actie voor het Goede Doel.
En daarom alleen al zullen wij wel verplicht zijn om terug te grijpen naar het geloof zelf en niet alles te verwachten van de moraal die er uit voortvloeit. Want die dreigt een kartonnen façade, een alibi te worden.
Wij moeten teruggrijpen naar de persoonlijke band met Jezus, teruggrijpen naar het gebed, teruggrijpen naar een echte diepdoorleefde relatie met God.
Ons geloof is voor een stuk verschrompeld tot sociale inzet aan de ene en devotionele praktijken aan de andere kant.
Maar in het christendom gaat het wezenlijk over het lijden, de dood en de Verrijzenis van Jezus. Over het inzicht dat Jezus de verrezen Heer is.
En dat wij, via onze relatie met Hem, opgenomen worden in het leven van God zelf. Niets minder dan dat.
Sociale inzet en devotionele praktijken horen daarbij. Maar los van Jezus, d.w.z. los van de Liefde dreigen ze elke duurzaamheid te verliezen.
Neutraal op zijn Belgischma 06 januari '20
Zondag 5 januari 2020, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar A)
In de 19de en de 20ste eeuw dachten velen dat de wetenschap uiteindelijk het religieus geloof overbodig zou maken. Dat bleek echter niet zo te zijn. Daarna begon men ongeveer dezelfde verwachtingen te koesteren naar toenemende modernisering en stijgende welvaart toe. Uiteindelijk zou dat het geloof de das omdoen. Maar ook dat bleek niet te kloppen, althans niet wereldwijd. De secularisatie, het afstand nemen van het geloof bleef grosso modo beperkt tot West-Europa. En zelfs daar betekent secularisering nog hoegenaamd geen atheïsme. Grote massa’s mensen werden vrij onverschillig tegenover de leer en de riten van de Kerk, maar ze gooiden de deur niet dicht. Terwijl elders in de wereld het religieuze geloof alleen maar vooruitgaat.
Feiten
Er is geen enkel land waar techniek en technologie het leven zo beheerst en waar de welvaart ook zo sterk toeneemt als in Zuid-Korea. Maar het christendom houdt er met gemak gelijke tred met de stijgende moderniteit.
En terwijl vooral de Evangelische Kerk enorm vooruitgaat in Afrika, telt bijvoorbeeld Saigon (Ho Chi Minh City) in Vietnam meer priesterkandidaten dan heel West-Europa.
Dit klinkt allemaal een beetje triomfalistisch, maar het is gewoon de toestand zoals hij is. Wij moeten misschien wat minder denken dat wij nog altijd voorop lopen en dat wat hier bij ons het geval is, vroeg of laat, ook elders zal gebeuren. Het zwaartepunt in de wereld verschuift. Wij lopen allang niet meer voorop.
Op bijna geen enkel gebied.
Iets gelijkaardigs geldt voor de gedachte dat de behoefte aan godsdienst afneemt naarmate de welstand groeit.
Godsdienst kan inderdaad een troost zijn voor wie arm is en onaanzienlijk.
Maar het wordt met de dag duidelijker dat godsdienst veel meer is dan alleen maar dat. En dat religie iets heel natuurlijks en iets algemeen menselijks is. Dat het er altijd zal zijn. En dat je het alleen maar weg krijgt door de gelovigen zelf te liquideren. Iets wat totalitaire regimes als nazisme en communisme heel goed begrepen hebben.
Rechtstaat
Anderzijds is het wel duidelijk dat de tijd van pastoor Munte en de Heren van Zichem, de tijd dat één geloof de ganse bevolking bestreek voorgoed voorbij is.
Alleen al door de immense migratie zijn er in onze grootsteden momenteel soms tot wel 100 verschillende geloven aanwezig.
Als je dat allemaal overdenkt, wordt het meer dan duidelijk dat wij bovenal de rechtstaat moeten koesteren. Als misschien wel de meest kostbare verwezenlijking van onze westerse beschaving.
De rechtstaat, die er garant voor staat dat ieder het geloof of de mening van zijn keuze mag belijden. Dat de ene groep zijn wil niet opdringt aan de andere.
De rechtstaat, als ultieme bewaker van rechten en vrijheden van groepen en individuen.
Die rechtstaat, met zijn wetten en verordeningen, met politie, onderzoek, processen en straffen, is op zich echter nogal steriel. Er steekt geen ziel in.
Het geeft mensen geen warmte.
Het is zoals de roep om meer blauw op straat. Het draait rond angst en beveiliging. Het is geen enthousiast makend verhaal op zich.
Pluralisme
Kunnen wij daarom niet het oude begrip “pluralisme” terug vanonder het stof halen?
Toen ik jong was, was Vlaanderen zo goed als homogeen katholiek. En het begrip pluralisme maakte toen opgang. Het hield in dat andersdenkenden positief en waarderend benaderd werden. Dat andersdenkenden niet gewoon maar getolereerd werden, maar dat wij zelfs onze eigen katholieke verenigingen, scholen en instellingen openstelden voor mensen die anders dachten dan wij.
Wij deden dat. En, volgens sommigen, verloren wij daardoor meteen ook onze eigenheid. Kan zijn.
Feit is in ieder geval dat toen eenmaal de dijk doorbroken was en de zuilen gesloopt, het woord pluralisme ineens verdween uit ons taalgebruik.
In plaats van positieve, waarderende verdraagzaamheid voor mensen en groepen met een ander geloof en andere ideeën, kwam het begrip neutraliteit.
Als een nieuw toverwoord. Het bleek achteraf een zeer misleidend woord te zijn.
Dubieus
Want niemand kan er iets op tegen hebben dat mensen met een officiële functie geen sluier mogen dragen. Of dat er in een rechtszaal geen kruis mag hangen.
Maar wat hier in Vlaanderen momenteel gebeurt, gaat veel verder.
“Neutraal” is maar al te vaak een ander woord geworden voor het taboe-verklaren van alles wat met geloof te maken heeft. Het uitgommen en doodzwijgen van alles wat christelijk is in de media (behalve het negatieve). Tot zelfs het zielige geknoei in de ondertiteling op onze tv-zenders.
Godsdienst moet blijkbaar weg.
Maar dat heeft niets te maken met neutraliteit. Dat is gewoon de natte droom van sommige atheïsten. Dat is het uitvoeren van het programma van één bepaalde groep.
Zo gaan we er nooit komen. Die manier van doen schreeuwt om reactie. Want zo zetten we de rechtstaat zelf op de helling.
Alleen positieve waardering voor andersdenkenden schept nog toekomst.
Voor ons en voor onze kinderen en kleinkinderen.
Begrijpen = vergevenvr 03 januari '20
Zondag 29 december 2019, Feest van de H. Familie (jaar A)
In het kader van de jongerenwerking in Lubbeek bracht Farid Boulos, een van onze jonge Syrische christenen, een tijdje geleden een 20-tal jonge mensen samen in de kerk voor een film met een serieuze religieuze thematiek.
Het verhaal gaat over een voortreffelijke man, een zekere Mack Philips, die een geslaagd en gelukkig leven leidt.
Prachtig gezin, mooie en liefhebbende vrouw en kinderen, leuke job, goed inkomen, enfin, alles wat een man zich dromen kan.
En dan op een keer gebeurt er iets verschrikkelijks en verandert het idyllische plaatje in een nachtmerrie. Macks jongste dochter, zijn oogappel, wordt tijdens een vakantie gekidnapt en een tijd later teruggevonden, misbruikt en vermoord.
Wraak
Van dan af wordt haar vader alleen nog gedreven door gevoelens van haat en wraakzucht. En terwijl zijn vrouw, ondanks alle ontreddering, haar sterk geloof behoudt, moet hij nu helemaal niet meer hebben van God.
Die relatie met God was vroeger al erg problematisch omdat zijn eigen vader een alcoholist was, die zijn vrouw, Macks moeder, voortdurend sloeg.
Een vader die ook hem op soms beestachtige wijze afranselde als hij voor zijn moeder opkwam. Hij kon gewoon niet begrijpen dat God al die dingen toeliet.
En toen dan die verschrikkelijke tragedie met zijn dochtertje gebeurde was de deur voor Mack voorgoed dicht.
D.w.z. voor hem. Maar niet voor God. God zoekt zelf contact met hem.
En Hij doet dat met oneindig veel liefde en tact. God (de Vader) laat zich aan Mack kennen, niet als een vader, want dat zou een heel naar effect gehad hebben, maar als een Afro-Amerikaanse dame van middelbare leeftijd, vol humor en vooral ook, vol liefde en begrip.
Zelfvernietigend
Enfin, ik ga u de hele film niet vertellen, u kan hem dan beter zelf gaan zien.
Maar de pointe komt hierop neer dat God de man langzaam maar zeker laat inzien dat zijn haat- en wraakgevoelens op de eerste plaats hemzelf ten gronde richten. Omdat haat en wraak en overigens elke vorm van negativisme, afgunst, nijd, woede en vijandigheid helemaal in strijd zijn met wat er ten diepste in ons leeft. Het diepste in ons is immers een schreeuw naar liefde: liefde geven en liefde krijgen.
Maar door alles wat ons overkomt in het leven (en ook door aangeboren afwijkingen, een verkeerde opvoeding en zo meer) raakt die diepste kern in ons ondergesneeuwd, bedolven, uitgeschakeld, vergeten.
En geraken wij ingekapseld en worden wij gedreven door vijandige gevoelens tegenover al wie wij zien als “daders”, als mensen die alleen maar kwaad willen doen. En dat woekert verder, altijd maar verder. Uiteindelijk richt onze kwaadheid zich tegen zowat iedereen, tegen de hele wereld, tegen het leven zelf. Maar, de wereld gaat daar niet aan kapot. Het zijn wijzelf die steeds meer wegkwijnen in onze kerker met muren van zelfbeklag en woede . . .
Inzicht
De enige mogelijkheid om daaruit te ontsnappen is dat wij inzien dat diegenen die ons kwaad berokkenen zelf ook slachtoffers zijn.
Zoals aan Mack in de film door God wordt duidelijk gemaakt dat zijn agressieve vader zelf ook mishandeld en misbruikt was door zijn vader . . .
Er bestaat geen enkele “dader” die niet ook zelf slachtoffer is.
En dat inzien is een echte genade. Omdat er alleen dán heling kan komen.
Dat inzicht komt niet vanzelf. Wij zijn door onze angst, onze woede en onze afkeer zo verblind dat iemand ons moet helpen: een wijs iemand, een vriend, een geliefde . . . God zelf.
Alleen het inzicht dat al wie ons kwaad doet, onnatuurlijk bezig is, zelf een slachtoffer is, alleen dat inzicht, kan ons bevrijden. En ons ervoor behoeden zelf daders, zelf mensen te worden die handelen tegen hun liefdevolle kern in.
Begrijpen = vergeven, zei Gaston Eyskens en dat is een van de meest wijze woorden die uit de mond van een politicus werden opgetekend.
Wegzinken
Er is dan echter nog één groot probleem.
Wanneer je niet alleen één iemand vergeeft, maar tegenover iedereen een nieuwe houding aankweekt van begrip en dus van vergeving, dan stort voor een stuk ook je vroegere zekerheid, eigenlijk zelfs je hele vroegere wereld in.
Al dat inkapselen, al die verweertechnieken, al die verontschuldigende reflexen, heel die jarenlange, soms levenslang opgebouwde Calimero-mentaliteit (zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk), dat is gewoon een stuk van onszelf geworden. Net zoals onze automatisch opkomende gevoelens van achterdocht en wantrouwen. Wanneer dat allemaal wegvalt, valt ook een groot stuk zekerheid weg die we zo zorgvuldig opgebouwd hebben. Het lijkt wel of we onze persoonlijkheid zelf opgeven. Naakt staan. Wegzinken.
Jezus
En dan denk ik terug aan die film.
Aan die scene waarin Jezus Mack uitnodigt om met Hem over het water te lopen. Ongeloof, angst, maar uiteindelijk durft de man het toch. Hij laat alle angst varen en hij loopt over het water. Hij neemt een enorm risico, want hij laat al het vertrouwde los, laat alle gebaande wegen achter en maakt een sprong in het onbekende. Je moet goed beseffen: als je Jezus echt volgt, is er alleen nog het vertrouwen op God, alle andere zekerheden vallen weg.
En het lukt. En aan het eind van de film nog een grappige scene. Mack wil eens proberen of dat over-het-water-lopen hem ook alleen lukt. Maar hij zinkt.
En Jezus kijkt glimlachend toe en zegt: nee man, zonder mij lukt het je niet.
Ik geloof dat dat zo is. Ik ben er zelfs zeker van.
Beeld van Godzo 29 december '19
Dinsdag 24/woensdag 25 december 2019, Kerstmis (jaar A)
Dat wij de laatste 50 jaar het geloof meer en meer zijn gaan voorstellen als therapeutisch, dat was, denk ik, een vergissing.
Ik mag dat rustig zeggen want als daar iemand met open ogen ingelopen is, dan zal het deze jongen wel zijn. Ik steek al jaren de loftrompet over de genezende en bevrijdende kracht van het christelijk geloof. Ik blijf daar ook nu nog achter staan. Ik ben er diep van overtuigd dat goed begrepen christendom mensen openbreekt en ten volle doet leven. Dat het heilzaam is, zowel voor het individu als voor de maatschappij.
Maar strikt genomen zou je dat genezende karakter een aangenaam bijproduct kunnen noemen.
Want het christelijk geloof wil niet op de eerste plaats een therapie zijn.
Het pretendeert ons immers feiten aan te reiken. Ons te vertellen waarom de wereld, de kosmos en het leven is zoals het is. Wat de bedoeling ervan is.
Passie
De vraag die dan daarbij vooral gesteld moet worden is niet zozeer: is het goed voor me, is het heilzaam voor de mensen?
Maar: is het waar? Want, ofwel is het waar en dan is het van onnoemelijk belang voor elke mens. Ofwel is het niet waar en dan is het meteen het meest kolossale bedrog dat ooit op mensen is losgelaten. En dan moeten we er meteen mee kappen, ongeacht of we er ons goed bij voelen of niet.
En die vraag, dat nieuwsgierig en zelfs gepassioneerd willen weten of iets waar is of onwaar, is typisch menselijk. Het is één van de dingen, waarin mensen verschillen van dieren. En het is bij uitstek ook typisch christelijk.
Dat zoeken naar waarheid is binnen de Kerk altijd bijna een obsessie geweest.
Het heeft ons briljante geesten opgeleverd, gaande van Augustinus, Thomas van Aquino en meester Eckhart tot Pascal en Descartes. Maar het bracht ons ook de inquisitie en later ook de systematische twijfel, en daarna het pantheïsme van Spinoza. En nog later het atheïsme, dat eigenlijk een soort niet-erg-gewenste tweelingbroer is van het christendom.
Rationeel
Dat zijn dan de minder prettige consequenties van dat gepassioneerd zoeken naar de waarheid. Maar die moeten wij er bij nemen. Liever dan ons verstand tussen haakjes te zetten.
En wij mogen ons vooral niet in de anti-wetenschappelijke hoek laten dringen waarin onze “tweelingbroertjes” ons zo graag willen neerzetten.
Wij katholieken, zijn bijvoorbeeld absoluut geen creationisten hoewel de media dat soms heimelijk suggereren. De Big-Bang theorie is zelfs afkomstig van een priester van bij ons, Georges Lemaître van de Leuvense Universiteit. Onze protestantse fundamentalistische broeders in Amerika dwalen als zij nieuwe wetenschappelijke bevindingen bestrijden.
Wij moeten juist dankbaar zijn als de wetenschap bepaalde inzichten en denkbeelden van het geloof kan aanvullen of uitzuiveren.
Maar tezelfdertijd zijn wij er ons, in onze queeste naar inzicht en waarheid, heel sterk van bewust dat wetenschap geloof nooit kan vervangen.
Er is niet 1 grote levensvraag waarop de wetenschap een antwoord kan geven.
Dat wil ze ook niet. Dat bedoelt ze ook niet.
Wetenschap legt uit hoe iets in elkaar zit. En ze doet dat met een splendeur die iedere normale mens met ontzag en bewondering vervult. Maar daar houdt het mee op. Voor een antwoord op de grote levensvragen zijn haar schouders te smal. Als wij dus willen weten of het waar is wat het geloof—en met name het christendom—ons vertelt, dan zullen wij er niet komen met wetenschappelijke proefnemingen. En zelfs filosofische en theologische overwegingen kunnen ons wel helpen, maar ze kunnen ons niet echt over de streep trekken.
Springen
Het enige deugdelijk middel is alle angst voor inbeelding van je afzetten en ervan uitgaan dát het waar is. En er dan naar leven.
En dan ervaren dat het inderdaad zo is. Als je wil weten of bidden zin heeft, bid dan. Er is geen enkele garantie dat je ook verhoord wordt.
Maar als je bidt, echt bidt, bidt met je hart en met overgave, dan zal je wel vroeg of laat ondervinden dat er Iemand is die naar je luistert.
En dat die Iemand ook echt van je houdt. Onvoorwaardelijk van je houdt.
En dat geldt voor alle facetten van het geloof. Durf de sprong te wagen.
Zeg, zoals Pascal, met zijn beroemde weddenschap: “J’accepte” of: “Ik neem het aan”. Leef er dan naar, probeer ernaar te leven, en je zal ondervinden dat alles wat het kindje dat vannacht geboren is ons heeft geleerd, ook werkelijk waar is.
Probeer te bidden. Spreek gewoon tegen God en ga ervanuit dat er inderdaad Iemand is die naar je luistert. En je zal merken dat God geen inbeelding is, maar een ontzagwekkende werkelijkheid. Er is niets, maar dan ook niets ter wereld dat je zo’n geborgenheid geeft als het besef dat Hij er werkelijk is. En dat Hij van je houdt, meer nog, dat Hij de liefde zelf is.
Weerspiegeling
En stilaan ontdek je, ook zonder filosofen en theologen, iets wat je gerust het grootste geheim van de kosmos kan noemen. Je ontdekt dat die God die liefde is ook diep in jezelf aanwezig is, als een intens verlangen. En dat de geboorte in Bethlehem niet iets eenmaligs is. Je ontdekt dat die ontzagwekkende God, de Schepper van Hemel en aarde ook in jou mens wil worden. Dat je geroepen bent om, op je eigen allerindividueelste manier, een beeld, een “weerspiegeling” van God te zijn. Het lijkt een onbereikbaar ideaal, maar belangrijk is dat wij elke dag groeien naar dat ideaal toe: een mens te worden die steeds meer leeft van en voor de liefde. Ondertussen blijf je misschien toch wel zitten met de vraag of geloof nu al dan niet gelukkig maakt. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat het christelijk geloof je inderdaad gelukkig maakt.
Als je beseft dat je bemind wordt en van daaruit ook zelf liefdevoller probeert te leven, dan bén je gewoon gelukkig. Je kan je zelfs serieus de vraag stellen of er buiten de liefde wel geluk bestaat?
Maar de hamvraag, of het ook wáár is, kan alleen jijzelf beantwoorden.
Maar dan moet je wel durven springen.
Geheimvol samenspelma 09 december '19
Zondag 8 december 2019, 2de zondag van de Advent (jaar A)
Mensen die niet zoveel van het geloof afweten, zal je niet vlug zo ver krijgen dat ze ook effectief eens wat lezen in de Bijbel. Ze menen daarin toch alleen maar wat wereldvreemde overdenkingen te zullen vinden en verhalen die weinig of niets met het echte leven te maken hebben.
Maar dat is natuurlijk een vooroordeel zo groot als een huis.
Want in feite is er geen enkel facet van het leven dat er niet grondig aangepakt en doorgelicht wordt.
En geeft de Bijbel blijk van een opzienbarende diversiteit, een bijzonder breed palet, een verfrissende zin voor afwisseling.
Niets menselijks of het komt aan bod. Naast de verhalen van koningen en bedelaars, van goden en profeten, van heiligen en moordenaars, vind je er bijvoorbeeld ook het “Hooglied”, een van de mooiste liefdesgedichten die ooit zijn geschreven.
Wanneer je uit dat Hooglied niet zo vaak hoort voorlezen in de kerk, dan komt dat waarschijnlijk door de sterk erotische geladenheid ervan.
Daarnaast heb je ook de psalmen die, vaak in een wondermooie en heel ontroerende taal, gans het gamma van menselijke emoties verwoorden.
En waarin je jezelf vaak beter terugvindt dan in de hedendaagse artikels en boekjes voor psychologische hulp.
Utopie
Een tot de verbeelding sprekende en erg poëtische taal vind je dan weer bij Jesaja.
Zoals in de lezing van vandaag, die een beeld wil oproepen van de toestand waarin de schepping zal verkeren als de Vredevorst er mag heersen.
“De wolf huist bij het lam.
De panter vlijt zich neer naast het geitje.
Het kalf graast samen met het leeuwenjong.
En de zuigeling speelt bij het hol van de adder.”
In het rijk van de Vredevorst, het Rijk van God, wordt het onmogelijke waar en het onverzoenlijk geachte, verzoend.
Het lijkt een droom. En dat is het natuurlijk ook: een droom waar je reikhalzend naar uitkijkt. Maar het is geen utopie, die nooit gerealiseerd zal worden. Ooit zal het zover zijn. Dat Rijk van God zal er komen. God zelf staat er garant voor.
En het licht nu al op, nu hier, dan daar, in elk woord en in elk gebaar waarin Jezus herkend wordt.
Zekerheid
Het Rijk Gods is geen utopie.
Het baant zich een weg, onweerstaanbaar. Niemand kan het tegenhouden.
Ook al heeft het de schijn tegen en verloopt niet alles in een triomfantelijke rechte lijn. Ik moet nu ineens denken aan wat de grote Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zei toen de Nazi’s hem, na langdurige folteringen, naar de executiepaal sleepten. Hij zei: “Wij kunnen niet verliezen”. Waarschijnlijk bedoelde Bonhoeffer: zelfs al zouden wij de realisatie van dat Rijk hier op aarde nooit meemaken, zelfs al zou geen enkele mens die realisatie hier op aarde ooit zien, dan nog zullen wij er volop deel van uitmaken in het andere leven. Op voorwaarde dat wij serieus geprobeerd hebben om dat Rijk hier op aarde te vestigen.
Ik geloof dat dat zo is. En het is een bijzonder troostvolle gedachte bij alle lijden, dat je als christen op je weg kan tegenkomen: wij kunnen niet verliezen.
D.w.z. wij wel, maar niet datgene waar we aan werken: de vestiging van het Rijk Gods, een Rijk van vrede, liefde en rechtvaardigheid. Omdat het uiteindelijk Gods werk, Gods droom is.
Hij wil ons daarbij nodig hebben en zoveel mogelijk aan ons delegeren. En wij kunnen fouten maken, verkeerde wegen gaan en mislukken.
Maar uiteindelijk zal God altijd winnen. Ook al moet die overwinning plaatsvinden binnen het kader van een voor ons bijna onbegrijpelijk samenspel tussen Zijn almacht en de vrijheid die Hij aan mensen geeft . . .
Gerechtigheid
Bij dit alles moet er natuurlijk wel op gewezen worden dat die Vrede van het Rijk Gods, de Vrede die christenen nastreven, een vrede is die het gevolg is van werken aan gerechtigheid.
Want je kan natuurlijk ook een soort vrede afkopen door je neer te leggen bij allerlei onrechtvaardige toestanden. Door je mond te houden en de andere kant op te kijken als je geconfronteerd wordt met onrecht en onderdrukking.
Maar dat is een vrede die gestoeld is op lafheid, een lafheid die juist onvrede bestendigt bij de mensen en de groepen die niet mee aan het feest zitten.
Gerechtigheid en vrede gaan samen. Geen vrede zonder gerechtigheid.
Wil je vrede, zet je dan in voor de strijd tegen onrecht.
Innerlijke vrede
Daar komt nog iets heel belangrijks bij, speciaal voor deze adventstijd, die toch een tijd van inkeer en bezinning is.
Voor een christen is het van het allergrootste belang dat hij—wij hadden het er vorige week al over—dat hij, vóórdat hij de wereld wil veranderen, eerst werkt aan zichzelf. Opdat hij zijn inzet voor de wereld en de mensen vanuit de juiste ingesteldheid kan doen.
Maar ook nog om een andere reden. Namelijk: om vrede in het eigen hart te hebben.
Je kan nooit vrede in je hart krijgen zolang je leven beheerst wordt door hartstochten en emoties, die vechten met het liefdevolle diepste in jezelf.
Méér dan “goede werken”ma 02 december '19
Zondag 1 december 2019, 1ste zondag van de Advent (jaar A)
“Je weet niet op welk uur van de nacht de dief zal komen. Wees dus waakzaam”, zegt Jezus, “want ook de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht”.
Dergelijke teksten maken ons onrustig, en dat is ook de bedoeling, maar ze mogen ons niet ongerust maken. Want de komst van Jezus in ons leven, ook aan het eind ervan, zou iets moeten zijn waar we naar uitkijken.
Maar om dit op die manier aan te voelen moet er eerst een klik gemaakt worden.
Want vooral de niet meer zo jonge mensen in ons midden, zijn een beetje “mismeesterd” door de opvoedkundige methodes van vroeger. Waarbij “bang maken” voor de gevolgen van verkeerd gedrag, een belangrijke rol speelde.
Ik herinner mij nog heel goed al de verschrikkelijke dingen die vooral oudere tantes en oma’s voorspelden als wij ons niet gepast gedroegen.
Als je in de winter naar buiten liep zonder sjaal of jas, kreeg je volgens hen gegarandeerd op zijn minst een dubbele fleuris.
Als je op je handen ging staan met je benen in de lucht, dan was de kans groot dat “het bloed in je kop zou schieten” en dan was je dood.
En als je te lang op het toilet bleef zitten, kwamen je darmen mee af.
Straffen
Die bangmakerij behoorde vroeger blijkbaar wezenlijk bij de opvoeding. En natuurlijk kwam dat nog sterker tot uiting op het gebied van godsdienst en geloof, want bij het bedenken van mogelijke straffen van God stond er zo goed als geen enkele rem op de verbeelding.
Ik had een oom voor wie gewoon alles wat verkeerd liep “een straf van Jezus was”. En dat is natuurlijk onzin. Indien wij, in ons denken, ook maar de minste neiging in die richting vertonen, moeten we daar resoluut komaf mee maken.
De wereld is wat hij is. Het menselijk leven is wat het is. Er gebeuren prachtige dingen, maar evengoed verschrikkelijke dingen.
Er zijn in ons leven momenten van opperste geluk en extase, maar er is ook afzien en lijden en dood. Dat is ons leven, dat is onze wereld.
God is niet Iemand die ons bij dat alles het leven voortdurend nog eens extra zuur wil maken als wij niet binnen de lijntjes kleuren.
Uitkijken
God wil integendeel dat wij een mooi, goedgevuld en zinvol leven uitbouwen.
Maar blijkbaar zijn Zijn criteria voor een gelukkig leven helemaal anders dan de dingen waar wij spontaan aan denken.
En precies om te vernemen wat de echte en de juiste criteria zijn om tot een geslaagd en gelukkig leven te komen, is het belangrijk dat wij waakzaam zijn, dat wij alert zijn voor elke wenk die van Hem zou kunnen komen.
Want God komt echt niet alleen maar aan het eind van ons leven op ons af.
Als je er echt aandacht voor hebt (en geloof) dan merk je dat Hij je voortdurend aanspreekt in duizend, vaak onverwachte dingen.
En als je dan daarbij nog beseft dat God liefde is en niet alleen wil dat wij van ons leven iets moois maken maar ons daarbij ook nog wil helpen, dan kan je alleen nog maar uitkijken, vol verwachting uitkijken naar zijn komen in ons bestaan.
En dan ga je echt waakzaam en alert worden en i.p.v. angst te hebben voor zijn komen, het zeker niet willen missen.
Omdat je weet dat echt en diep levensgeluk alleen maar je deel kan zijn als je in harmonie leeft met de grond van het bestaan, met God.
En daarom is het zo belangrijk om precies te weten wat God van ons verlangt.
En hier stuiten we meteen op de grote moeilijkheid bij onze zoektocht.
Anders
Want hoe meer wij beginnen te begrijpen wat God van ons wil, hoe meer we beseffen dat dat verlangen van God iets heel anders is dan wij tot dan toe hadden gedacht. Ons idee van goed, zinvol, gelukkig en moreel leven is een leven van werken en creatief zijn, genietend van de goeie dingen van het leven, en, tezelfdertijd, toch ook niet vergeten je af en toe in te zetten voor anderen.
Dat is zo ongeveer ons idee van “goed en zinvol leven”.
Maar hoe meer wij God leren kennen, hoe meer we beseffen dat Hij iets heel anders met ons voorheeft.
God wil niet zozeer dat wij deftige burgers zijn die regelmatig ook een steentje (of een centje) bijdragen aan het werken aan een betere wereld.
God wil op de eerste plaats dat wij werken aan onszelf. Dat wij, voor wij beginnen aan de wereld, eerst onszelf helemaal “herbouwen”. Met zijn hulp.
Pas als wij dichter bij Hem komen en meer en meer op Hem beginnen te lijken en zelf ook liefdevolle wezens worden, zijn wij klaar om de wereld in te trekken en daar iets duurzaams te verrichten.
Kern
Je bent geen christen omdat je Rode Neuzen steunt of De Warmste Week. Dat doen de banken immers ook. En banken, hoe belangrijk die ook zijn, kan je toch moeilijk verdenken van christelijke ambities. Maar je bent op de goede weg als je, met Gods hulp, elke dag werkt aan jezelf en systematisch, beetje bij beetje, alles uit je hart wegwerkt wat tegen de liefde ingaat. Als je dat doet wordt het steunen van Rode Neuzen en De Warmste Week een zinvol onderdeel van een veel groter geheel; van een proces, een omwenteling: de ombouw van jezelf tot een liefdevol mens.
Het is daarover dat het christendom gaat. Over niets anders.
Pas als we dit ten volle beseffen, kunnen wij mét Paulus zeggen:
“De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.”
“Het uur om uit de slaap te ontwaken is aangebroken . . .”
Een andere Koningma 25 november '19
Zondag 24 november 2019, 34ste zondag door het jaar (jaar C), Feest van Christus Koning
Het vastnagelen van iemand aan een kruis is wellicht de meest afschuwelijke vorm van terechtstelling die ooit door mensen is uitgedacht.
Het kan niet de bedoeling zijn dat ik hier met hallucinante beelden de verschrikking probeer te schetsen die de gekruisigde moest doormaken.
Maar ik mag u misschien even herinneren aan de film die Mel Gibson enkele jaren geleden uitbracht: “The passion of the Christ”.
Gibson heeft daar van over de hele wereld veel kritiek op gekregen, omdat de hele film een aaneenschakeling leek van bloedstollend gruwelijke scènes.
Zelfs de meest harden onder ons moesten regelmatig de blik afwenden.
Mel Gibson, die een gelovig katholiek is, is altijd blijven volhouden dat het nooit zijn bedoeling geweest is om een horrorfilm te maken, maar wel een realistische weergave van een weerzinwekkend afschuwelijke realiteit.
Onrealistisch
Ik denk dat hij gelijk heeft. Ons beeld daarover is vertekend.
Wij zijn van in onze jeugd sterk geconditioneerd door de ontelbare brave, stijlvolle crucifixen vanwaar Jezus op een beheerste, bijna ingetogen manier naar ons kijkt.
Hij is tenslotte onze Verlosser. En Hij is bovendien de Zoon van God.
Geen theatrale en vernederende toestanden dus. Maar waardigheid.
O.K., maar realistisch zijn zo’n afbeeldingen niet. Een kruisiging is iets gruwelijks.
Moslims beweren zelfs dat Jezus net voor de kruisiging vervangen werd door een dubbelganger. Ze kunnen er gewoon niet bij dat God zou toelaten dat een van zijn belangrijkste profeten op een dergelijk ontluisterende manier aan zijn einde zou komen.
Tegenbeeld
Want een kruisdood is inderdaad een ontluisterend gebeuren.
Deze Jezus, voortstrompelend, gegeseld, bebloed en naakt op een kruis geslagen, was het absolute tegendeel van wat wij ons voorstellen bij het woord “koning”. Een koning, zeker in die tijd, staat voor absolute macht, een macht die beschikt over leven en dood van anderen en die daarbij aan niemand rekenschap verschuldigd is. Die blindelings gehoorzaamd wordt en die liever gevreesd, dan geliefd is.
Macht, rijkdom en volslagen minachting voor mensen.
Dat was waar heersers in die tijd voor stonden, en wat ook in onze tijd nog vele machthebbers kenmerkt. Jezus is het complete tegenbeeld daarvan.
Herodes had met een opmerkelijk gevoel voor cynisme (iets waar wreedaardige tirannen vaak heel sterk in zijn) Jezus behangen met een purperen mantel en Hem een doornkroon op het hoofd gezet: een schertskoning dus.
En de grap sloeg aan: de omstaanders putten zich uit in het maken van sarcastische opmerkingen over deze man, die in alles het tegendeel bleek van wat hij pretendeerde te zijn: een koning.
Echte
Pas achteraf zou blijken dat Hij, Christus, de enige echte koning was.
En dat al die wreedaardige tirannen, ieder op zijn tijd, tot stof zouden vergaan en als een boze droom zouden verdwijnen, terwijl Hij, Christus, is blijven heersen over de harten van miljoenen mensen tot op vandaag.
Zodat zou blijken dat Hij inderdaad de echte Koning was en dat al de machtigen die, vol van zichzelf, alleen maar zorgen voor zichzelf en minachtend neerkijken op andere mensen, de echte spotkoningen zijn.
Jezus bracht een heel nieuwe invulling van het koningschap.
Heersen werd bij Hem dienen. Wie de voornaamste wilde zijn, moest de dienaar van allen zijn.
Deze koning gaf zich heel zijn leven lang helemaal weg opdat anderen het goed zouden hebben. Zijn koninkrijk was er een waar broederlijkheid en liefde de norm was. En het hofceremonieel bij uitstek was de voetwassing.
Nieuwe invulling
Waar koningschap en macht tot dan toe op de meest vanzelfsprekende manier geassocieerd werden met geweld, uitbuiting, oorlog, minachting en bedrog, draaide in Jezus’ rijk alles om liefde, barmhartigheid, waarheid en respect.
Toen Jezus voor Pilatus stond, gebeurde er iets heel merkwaardigs.
Toen Pilatus Hem vroeg of Hij inderdaad koning was, distantieerde Jezus zich niet van die titel maar Hij bevestigde zeer stellig dat Hij inderdaad koning was.
En precies daardoor gaf Hij een totaal nieuwe invulling aan dat begrip.
Dat heersen dienen is of zou moeten zijn, dat komt van Jezus.
En dankzij 2000 jaar christendom is die opvatting ook in ons collectief bewustzijn gesijpeld. En ook al gedragen ook nu nog vele heersers zich of ze daar nooit van gehoord hebben, het aanvoelen bij de mensen dat heersen eigenlijk dienen zou moeten zijn, is gebleven.
Evenals de scepsis en argwaan t.a.v. leiders die de meer “klassieke weg” gaan.
Sinds Jezus blijft de twijfel, of de machtigen der aarde, met al hun geld, hun paleizen en hun legers, niet de echte schertsfiguren zijn.
